Audi moet executiemaatregelen na ex parte bevel staken

sector:

Automotive

expertise:

Intellectual Property

sector:

Automotive

24 June 2020

Eerder constateerde Audi dat een handelaar in auto-onderdelen namaak Audi grillen verkocht. Audi verzocht de voorzieningenrechter om een onmiddellijke voorziening bij voorraad zonder oproeping van de wederpartij, om verdere inbreuken op haar merkrechten te voorkomen. Met succes: de voorzieningenrechter gaf daarop een ex-parte bevel. De wederpartij werd zonder te zijn gehoord voorlopig bevolen om de inbreuk op de merken van Audi te staken, en geen inbreukmakende Audi producten meer te verhandelen, onder verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000 per dag tot een maximum van EUR 750.000.

Audi stelt dat de handelaar na betekening van het ex-parte bevel door de deurwaarder een bedrag van EUR 310.000 aan dwangsommen had verbeurd omdat de Audi producten nog steeds op de website van de handelaar werden aangeboden.

In een daaropvolgend kort geding vordert de handelaar een herziening van het ex-parte bevel en staking van de executie. De handelaar voert aan dat door de beslaglegging zijn bedrijfsvoering volledig plat was gelegd en de veiling van zijn bedrijfsinventaris al was gepland.

De rechter stelt voorop dat zo’n ex-parte bevel een zeer ingrijpende maatregel is. Er wordt immers afgeweken van het uitgangspunt dat beide partijen worden gehoord voordat de rechter beslist. Daarom moeten er hoge eisen aan worden gesteld. Zulke maatregelen zijn alleen dan gerechtvaardigd als elk uitstel voor de merkhouder onherstelbare schade zou veroorzaken, die zo ernstig is dat een kort geding op tegenspraak (waarin beide partijen worden gehoord) niet kan worden afgewacht.

Aan die eisen is volgens de rechter hier niet voldaan: Audi had de handelaar op geen enkele wijze aangeschreven of gesommeerd. Audi stelt dat dat geen zin heeft. Maar dat is niet aannemelijk geworden. Door het achterwege laten van een sommatie had de handelaar niet de gelegenheid om een en ander toe te lichten of de inbreuk vrijwillig te staken. Het is ook niet aannemelijk geworden dat een kort geding, waarin de handelaar zou zijn gehoord, beslist niet kon worden afgewacht. Audi had gesteld dat indien zij een kort geding was gestart, dit aanzienlijke en onherstelbare schade tot gevolg zou hebben. Maar die stelling had Audi niet onderbouwd.

De rechter vernietigt het ex parte bevel. Daardoor heeft de handelaar de dwangsommen niet verbeurd en zijn de executoriale beslagen komen te vervallen.

En had de handelaar nu inbreuk gemaakt door de verhandeling van namaak Audi grillen? Daarover moet een rechter in een bodemprocedure beslissen.


Wilt u meer weten over me
rkenrechten? Neem dan gerust contact op met de advocaten van Intellectueel EigendomsrechtRanee van der Straaten of Floris de Vriend.